Alle vragen over decubitus en wisselligging.

142 korte antwoorden, met een link naar de uitleg en de bronnen.

Decubitus begrijpen

24 vragen

Wat is decubitus en hoe ontstaat het?

Decubitus is schade aan de huid en het onderliggende weefsel door aanhoudende druk of schuifkrachten, vaak boven een botuitsteeksel zoals de stuit of de hielen. Preventie draait om drukverdeling, houdingswisseling en huidzorg. Lees meer →

De categorieën van decubitus herkennen

Decubitus wordt ingedeeld in vier categorieën: van niet-wegdrukbare roodheid (1) tot volledig weefselverlies (4). Daarnaast bestaan niet te classificeren decubitus en vermoedelijke diepe weefselschade. Lees meer →

Roodheid: wegdrukbaar of niet?

Druk licht op een rode plek: trekt de roodheid weg, dan is het een normale reactie na drukontlasting. Blijft de plek rood, dan kan het decubitus categorie 1 zijn. Lees meer →

Risico op decubitus inschatten

Schat het risico in met je klinische blik, eventueel ondersteund door een risicoschaal, en kijk opnieuw bij veranderingen in gezondheid of mobiliteit. Leg risico en afspraken vast in het zorgplan. Lees meer →

Druk, schuifkrachten en weefselvervorming: zo ontstaat drukletsel

Drukletsel ontstaat door aanhoudende druk of schuifkrachten op huid en weefsel, vaak boven een botuitsteeksel. Het weefsel vervormt en krijgt te weinig bloed, en schade kan diep beginnen terwijl de huid nog heel lijkt. Lees meer →

Huidinspectie: zo kijk je goed naar de huid

Bekijk bij de dagelijkse zorg en bij houdingswisselingen vooral stuit, hielen en heupen. Let op roodheid die niet wegdrukt, verkleuring, warmte, zwelling en pijn, en leg vast wat je ziet. Lees meer →

Pijn herkennen bij cliënten met dementie

Bij dementie uit pijn zich vaak in gedrag, zoals onrust of verzet bij de zorg. Observatieschalen zoals de REPOS of de PACSLAC-D helpen pijn te herkennen, bijvoorbeeld tijdens het draaien. Lees meer →

Decubitus in Nederlandse verpleeghuizen neemt licht toe

Volgens de Universiteit Maastricht steeg de prevalentie van decubitus in Nederlandse verpleeghuizen tussen 2017 en 2024 licht, van 2,9% naar 4,5% (LPZ-gegevens van 60.926 bewoners). Het onderzoek verklaart de oorzaak niet, maar onderstreept dat preventie blijvend aandacht vraagt. Lees meer →

Is decubitus hetzelfde als drukletsel?

Ja. Decubitus, drukletsel, doorligwond, pressure injury en pressure ulcer worden door elkaar gebruikt voor dezelfde soort schade. Lees meer →

Kan decubitus ook ontstaan bij jonge mensen?

Ja. Iedereen die lang op dezelfde plek ligt of zit, bijvoorbeeld door ziekte, verlamming of een operatie, kan drukletsel krijgen. Lees meer →

Kan decubitus van categorie 1 naar 4 gaan?

Ja, als de belasting doorgaat kan de schade dieper worden. Daarom is snel ontlasten bij categorie 1 zo belangrijk. Lees meer →

Wie bepaalt de categorie?

Een zorgverlener die daarin geschoold is. Bij twijfel beoordeelt de wondverpleegkundige of wondspecialist. Lees meer →

Hoe lang wacht ik voordat ik opnieuw kijk?

Kijk opnieuw nadat de plek een tijd zonder druk is geweest. Blijft de roodheid, dan is het niet-wegdrukbaar. Lees meer →

Mag ik een rode plek masseren?

Nee. Masseren of wrijven kan het weefsel juist beschadigen. Lees meer →

Moet ik een risicoschaal gebruiken?

Een schaal kan helpen om gestructureerd te werken, maar je klinische blik blijft leidend. Lees meer →

Wat zijn belangrijke risicofactoren?

Beperkte mobiliteit, een verminderd gevoel of bewustzijn, een kwetsbare of vochtige huid, ondervoeding en eerdere decubitus. Lees meer →

Waarom is spierweefsel gevoeliger dan huid?

Spierweefsel ligt dicht op het bot en vervormt sterk onder druk, waardoor het sneller beschadigt. Lees meer →

Wat is microklimaat?

De temperatuur en vochtigheid van de huid op de plek waar het lichaam de onderlaag raakt. Lees meer →

Hoe lang duurt een huidinspectie?

Met een vaste volgorde vaak maar een paar minuten, en meestal tijdens de verzorging. Lees meer →

Wat doe ik bij een donkere huid?

Let extra op warmte, zwelling, verharding en verkleuring, omdat roodheid minder goed zichtbaar is. Lees meer →

Wanneer gebruik ik een pijnobservatieschaal?

Bij cliënten die pijn niet goed kunnen aangeven, en vooral bij momenten die pijn kunnen doen, zoals draaien en verzorgen. Lees meer →

Wie bespreekt de pijnbestrijding?

De arts, samen met het team en waar mogelijk de familie. Lees meer →

Waarom is decubitus toegenomen?

Het onderzoek beschrijft de trend, maar verklaart de oorzaak niet. Mogelijke factoren zijn een kwetsbaardere populatie en druk op de bezetting, maar dat is niet onderzocht. Lees meer →

Hoe vergelijk ik mijn eigen locatie?

Met de prevalentiemetingen van je eigen organisatie, bijvoorbeeld via de LPZ of je eigen kwaliteitsindicatoren. Lees meer →

Wisselligging

40 vragen

Wisselligging op een wisseldrukmatras: wat zegt de richtlijn?

Ja, ook op een wisseldrukmatras blijft houdingswisseling nodig. Wisseldruk verdeelt de druk, maar verandert de houding niet; de V&VN-richtlijn gaat in principe uit van elke 4 uur, afgestemd op de cliënt. Lees meer →

De 30-gradenhouding: zo leg je iemand goed op de zij

Bij een zijligging van ongeveer 30 graden komt het gewicht van de stuit af zonder dat de heup zwaar belast wordt. Daarom noemen de richtlijnen deze houding als uitgangspunt. Lees meer →

Hoe vaak van houding wisselen? Frequentie op maat

Elke 4 uur is in de V&VN-richtlijn een uitgangspunt, geen vaste regel. Stem de frequentie af op de huid, de onderlaag, de mobiliteit en het comfort van de cliënt. Lees meer →

Wisselligging in de nacht: zorg en rust combineren

Combineer houdingswisseling met verzorgmomenten, leg de afspraken voor de nacht apart vast en overweeg automatische wisselligging als draaibeurten de nachtrust vaak onderbreken. Lees meer →

Schuifkrachten voorkomen bij het draaien

Beperk schuifkrachten met een glijzeil, voldoende collega’s of een tillift, een hoofdeinde dat niet hoger staat dan nodig en een licht verhoogd voeteneinde. Lees meer →

Waarom is wisselligging belangrijk?

Wisselligging verplaatst de druk naar andere delen van het lichaam, zodat belaste plekken kunnen herstellen. De richtlijnen bevelen het aan naast een passende onderlaag; het beste ritme is per cliënt maatwerk. Lees meer →

Twee, drie of vier uur: wat zegt het onderzoek over draaifrequentie?

Er is geen frequentie die voor iedereen het beste is. De V&VN-richtlijn (2021) gaat in principe uit van elke 4 uur; de internationale richtlijn (2026) stelt elke 2 of 3 uur voor op een passende onderlaag. Het bewijs is van zeer lage zekerheid, dus de frequentie is maatwerk op basis van cliënt, huid en onderlaag. Lees meer →

Automatische of handmatige wisselligging: wat is het verschil?

Handmatige wisselligging geeft direct contact maar kost tijd en kracht; automatische wisselligging kan dat werk overnemen. Er is weinig vergelijkend onderzoek, dus de keuze is een afweging van zorgvraag, comfort en werkbaarheid. Lees meer →

Wisselligging en comfort, pijn, slaap en onrust

Wisselligging kan comfort geven, maar ook pijn of onrust. Het onderzoek naar effecten op slaap is beperkt; stem de aanpak af op de cliënt en beperk onnodige onderbrekingen in de nacht. Lees meer →

Wanneer is automatische wisselligging niet passend?

Automatische wisselligging is minder passend als een cliënt zelf voldoende beweegt, de beweging onprettig vindt, kantelen medisch niet mag, of buiten de specificaties valt. Volg de gebruiksaanwijzing en beslis samen. Lees meer →

Dementie, onrust en wisselligging: wat kun je doen?

Handmatig draaien betekent aanraking en beweging, wat bij cliënten met dementie onrust of verzet kan geven; onrust kan ook op pijn wijzen. Kondig rustig aan, combineer momenten, gebruik een glijzeil en evalueer per cliënt of minder handmatige momenten meer rust geven. Lees meer →

Dementie, wisseldruk en wisselligging: een overzicht

Bij dementie kunnen zowel de beweging van een wisseldrukmatras als handmatig draaien onrust geven; onderzoek is beperkt. Zoek eerst de oorzaak van onrust, observeer per cliënt en beperk onnodige momenten van aanraking, met maatwerk in het team. Lees meer →

Laat de nacht weer een nacht zijn: wisselligging en persoonsgerichte nachtzorg

Goede nachtzorg betekent niet dat je iemand steeds wakker moet maken. Bedsensoren laten zien dat de nachtzorg persoonsgerichter wordt; een systeem dat de zijwaartse wisselligging overneemt, maakt houdingswisseling mogelijk zonder de cliënt daarvoor te wekken. Lees meer →

Waarom staat het dan zo vaak anders in de praktijk?

Omdat wisseldruk de druk zichtbaar laat bewegen. Maar de houding blijft gelijk, en daarmee de plekken die het gewicht dragen. Lees meer →

Mag de frequentie lager op een wisseldrukmatras?

De frequentie stem je af op de onderlaag, de huid en de cliënt. Evalueer altijd met huidinspectie. Lees meer →

Is 30 graden altijd haalbaar?

Niet altijd. Pijn, ademhaling of lichaamsbouw kunnen een andere houding vragen. Het is een uitgangspunt. Lees meer →

Hoe weet ik of de stuit vrij ligt?

Schuif je hand onder de stuit. Voel je dat die de onderlaag niet raakt, dan ligt hij vrij. Lees meer →

Moet ik ’s nachts even vaak wisselen als overdag?

Dat hangt af van de cliënt en de afspraken in het zorgplan. Leg de afspraken voor de nacht apart vast. Lees meer →

Wanneer verhoog ik de frequentie?

Als er na het wisselen roodheid blijft die niet wegdrukt. Lees meer →

Mag ik een cliënt wekken om te draaien?

Soms is dat nodig. Bespreek met de cliënt en familie wat belangrijk is en leg de afweging vast. Lees meer →

Helpt een stille pomp?

Een stille pomp kan bijdragen aan rust, omdat het matras zelf geen storend geluid maakt. Lees meer →

Waarom is het hoofdeinde zo belangrijk?

Hoe hoger het hoofdeinde, hoe meer de cliënt onderuitzakt. Dat geeft schuifkrachten rond stuit en hielen. Lees meer →

Helpt een glijzeil echt?

Een glijzeil vermindert wrijving en schuiven bij het verplaatsen, voor de huid én voor de rug van de zorgverlener. Lees meer →

Is wisselligging bewezen effectief?

Het is een logische en breed aanbevolen strategie. Welk ritme en welke houding het beste werken, is nog onzeker. Lees meer →

Wat als een cliënt niet gedraaid wil worden?

Bespreek de redenen, zoek samen naar alternatieven en leg de afspraken vast. Lees meer →

Waarom zegt mijn opleiding elke 2 uur?

Elke 2 uur was lang de gangbare norm. Recenter onderzoek laat geen duidelijk voordeel zien ten opzichte van langere intervallen op een goed matras. Lees meer →

Kan ik dan altijd naar 4 uur?

Niet automatisch. Kijk naar de huid, de onderlaag en de cliënt, en evalueer. Lees meer →

Wat zegt de nieuwe internationale richtlijn?

De vierde editie (2026) stelt voor de meeste mensen met risico een interval van 2 of 3 uur voor op een passende onderlaag, en raadt af om standaard naar 4 uur of langer te gaan. Het bewijs daarvoor is van zeer lage zekerheid. Lees meer →

Is automatisch beter dan handmatig?

Dat is niet bewezen. Het verschil zit vooral in werkbaarheid, belasting en nachtrust. Lees meer →

Kan ik ze combineren?

Ja. Ook bij automatische wisselligging blijft handmatige zorg nodig, bijvoorbeeld bij de verzorging. Lees meer →

Wat als draaien altijd pijn doet?

Bespreek het met de arts voor pijnbestrijding en stem de momenten van draaien af. Lees meer →

Hoe meet ik nachtrust?

Bijvoorbeeld door bij te houden hoe vaak een cliënt ’s nachts wakker wordt. Lees meer →

Wie beslist over de inzet?

Het team, samen met de cliënt of familie en waar nodig de arts, ergotherapeut of wondspecialist. Lees meer →

Wat als het niet bevalt?

Evalueer na een korte periode en kies zo nodig een andere aanpak. Lees meer →

Moet ik een slapende cliënt met dementie wekken om te draaien?

Dat is een afweging tussen huid en rust. Bespreek het met het team en de familie en leg de keuze vast. Lees meer →

Helpt muziek of licht?

Een rustige omgeving met gedempt licht en een vaste werkwijze kan helpen. Kijk wat bij de cliënt werkt. Lees meer →

Is een wisseldrukmatras ongeschikt bij dementie?

Niet per se. Veel cliënten met dementie liggen er rustig op. Observeer per cliënt en pas aan als de onrust duidelijk met het matras samenhangt. Lees meer →

Wie betrek ik bij onrust?

Het eigen team, de familie en waar nodig de specialist ouderengeneeskunde en de psycholoog. Lees meer →

Moet wisselligging ’s nachts doorgaan?

Bij cliënten met decubitus of een verhoogd risico wel, afgestemd op het zorgplan. De vraag is hoe je dat organiseert met zo min mogelijk onderbrekingen. Lees meer →

Vervangt een bedsensor de wisselligging?

Nee. Een bedsensor helpt om gerichter te controleren, maar verandert de houding van de cliënt niet. Lees meer →

Matrassen en drukverdeling

33 vragen

Wisseldruk en wisselligging: wat is het verschil?

Wisseldruk verandert de druk op de contactplaatsen; wisselligging verandert de houding. Ze vullen elkaar aan en vervangen elkaar niet. Lees meer →

Drukverdelende matrassen: welke past bij je cliënt?

Schuim verdeelt de druk passief, wisseldruk wisselt de belasting actief en een systeem met automatische wisselligging verandert ook de houding. De keuze is maatwerk. Lees meer →

Hielen vrijleggen: zo doe je het goed

Leg de hielen vrij door het onderbeen over de kuit te ondersteunen, met de knie licht gebogen, zodat de hiel de onderlaag niet raakt. Vermijd kussens onder de achillespees en ringkussens. Lees meer →

Bedopmaak: minder lagen, betere werking

Houd de bedopmaak zo eenvoudig mogelijk: elke extra laag vermindert de werking van het matras en houdt warmte en vocht vast. Lees meer →

Automatische wisselligging: wanneer overwegen?

Overweeg automatische wisselligging als een cliënt zelf niet van houding kan veranderen, handmatig draaien zwaar is of vaak twee collega’s vraagt, of de nachtrust vaak wordt onderbroken. Lees meer →

Reactieve en actieve ondersteunende oppervlakken

Een reactief oppervlak, zoals schuim, verdeelt de druk als er gewicht op komt; een actief oppervlak, zoals een wisseldrukmatras, verandert zelf de ondersteuning. Bij beide blijft houdingswisseling nodig. Lees meer →

Hoe werkt een wisseldrukmatras?

Een wisseldrukmatras vult en leegt luchtcellen om de beurt, zodat de belasting op de contactplaatsen wisselt. De houding van de cliënt verandert niet, dus houdingswisseling blijft nodig. Lees meer →

Een antidecubitusmatras kiezen: een praktische keuzehulp

Kies een antidecubitusmatras op basis van risico en huid, mobiliteit, wat de zorg vraagt, de wensen van de cliënt en praktische zaken zoals bed, gewicht en reiniging. Evalueer de keuze na een afgesproken periode. Lees meer →

Ondersteuning en wisselligging bij verschillende cliëntgroepen

De aanpak verschilt per cliëntgroep: in de langdurige zorg staan onderlaag, ritme en huidzorg centraal, in de palliatieve fase comfort, bij onrust een rustige benadering en bij overgewicht de juiste specificaties. Lees meer →

Schuim of wisseldruk: wat past bij welke cliënt?

Hoogwaardig schuim is voor veel cliënten met risico een goede basis; wisseldruk kan zinvol zijn bij hoog risico of als de huid onvoldoende herstelt. Geen type is voor iedereen het beste, en houdingswisseling blijft bij elke onderlaag nodig. Lees meer →

Kan een wisseldrukmatras onrust geven bij dementie?

Sommige cliënten met dementie ervaren de beweging of het pompgeluid van een wisseldrukmatras als onprettig; onderzoek hiernaar is beperkt. Observeer gedrag en slaap, controleer de instelling en het geluid, en vergeet bij een andere onderlaag de houdingswisseling niet. Lees meer →

Wat is laterale wisselligging?

Wisselligging waarbij de cliënt beurtelings naar links en rechts op de zij kantelt. Lees meer →

Kan één matras beide?

Ja, sommige systemen combineren wisseldruk en automatische laterale wisselligging in één matras. Lees meer →

Is een duurder matras altijd beter?

Niet per se. De beste keuze past bij het risico, de mobiliteit en de zorgvraag van de cliënt. Lees meer →

Wat is een statisch luchtmatras?

Een luchtmatras zonder wisseldruk, dat de druk verdeelt doordat het lichaam erin wegzakt. Lees meer →

Hoe vaak controleer ik de hielen?

Bij de dagelijkse zorg en na elke houdingswissel of beweging van de cliënt. Lees meer →

Zijn hielbeschermers met schuim voldoende?

Ze kunnen helpen, maar controleer altijd of de hiel ook echt vrij ligt. Lees meer →

Mag een onderlegger op het matras?

Als het nodig is, kies dan materiaal dat past bij een drukverdelende onderlaag en gebruik er zo min mogelijk. Lees meer →

Waarom is vocht een probleem?

Een vochtige huid is gevoeliger voor druk en wrijving. Lees meer →

Neemt automatische wisselligging de controle over?

Nee. Het team blijft verantwoordelijk voor huid, houding en comfort. Lees meer →

Hoe lang duurt het voordat een cliënt eraan gewend is?

Dat verschilt. Uitleg en een rustige start helpen; evalueer samen met de cliënt. Lees meer →

Is wisseldruk altijd beter dan schuim?

Niet altijd. Het bewijs is van lage zekerheid en de keuze hangt af van de cliënt. Lees meer →

Werkt een actief oppervlak zonder stroom?

Meestal niet. Volg de instructies van de fabrikant voor stroomuitval en transport. Lees meer →

Hoe weet ik of de cliënt doorzakt?

Schuif je hand onder het matras ter hoogte van het bekken. Voel je de cliënt bijna op de onderlaag, dan zakt hij door. Lees meer →

Wat is een goede cyclustijd?

Dat verschilt per systeem en cliënt. Volg de gebruiksaanwijzing en het advies van de leverancier. Lees meer →

Wie kiest het matras?

Het team, eventueel met een ergotherapeut of wondspecialist, op basis van de situatie van de cliënt. Lees meer →

Hoe vaak evalueer ik de keuze?

Na een afgesproken periode en bij veranderingen in de situatie. Lees meer →

Is decubitus in de palliatieve fase altijd te voorkomen?

Niet altijd. Het lichaam wordt kwetsbaarder; comfort staat dan voorop. Lees meer →

Wat vraagt overgewicht van het matras?

Een passend maximaal gewicht, voldoende breedte en aandacht voor huidplooien. Lees meer →

Kan een cliënt met decubitus op schuim liggen?

Volgens de internationale richtlijn is minimaal een drukverdelend schuimmatras nodig; wisseldruk is een gelijkwaardige optie. Evalueer de keuze bij de wondzorg. Lees meer →

Wanneer stap ik over van schuim naar wisseldruk?

Bijvoorbeeld als de huid onvoldoende herstelt, het risico toeneemt of de zorgvraag verandert. Leg de reden vast. Lees meer →

Kan ik de wisseldruk uitzetten?

Bij sommige systemen kun je de wisseldruk uitzetten of aanpassen. Volg de gebruiksaanwijzing en let dan extra op houdingswisseling. Lees meer →

Hoe lang duurt het wennen aan een nieuw matras?

Dat verschilt per cliënt. Observeer de eerste nachten en evalueer na een paar dagen. Lees meer →

Wetenschap en richtlijnen

18 vragen

De richtlijnen over decubitus: een overzicht

In Nederland is de V&VN-richtlijn Decubitus (2021) het uitgangspunt; de vierde editie van de internationale richtlijn (2026) en NICE geven verdieping. Ze verschillen vooral in de frequentie: V&VN in principe elke 4 uur, internationaal elke 2 of 3 uur. Lees meer →

Hoe sterk is het bewijs? Systematische reviews begrijpen

Een systematische review vat alle goede studies over één vraag samen en geeft aan hoe zeker het bewijs is. Laag zeker bewijs betekent dat we het niet zeker weten, niet dat iets niet werkt. Lees meer →

Zeven misverstanden over decubitus en wisselligging

Veelgemaakte misverstanden zijn dat draaien op een wisseldrukmatras niet nodig is, dat iedereen om de 2 uur moet, dat 90 graden het beste is, en dat ringkussens en masseren helpen. De richtlijnen zeggen anders. Lees meer →

Minder standaard wisseldruk: waarom wisselligging nu het verschil maakt

Organisaties zetten wisseldruk minder vaak standaard in, maar het is niet achterhaald. De internationale richtlijn ziet schuim, reactieve lucht en wisseldruk als gelijkwaardige opties; de VA/DoD-richtlijn (2026) stelt bij hoog risico lucht of wisseldruk voor. Geen enkel matras vervangt houdingswisseling. Lees meer →

Onderbouwing van de Multiturn 6: drie erkende principes in één matras

De Multiturn 6 combineert drie principes die de internationale richtlijn aanbeveelt: drukverdeling, houdingswisseling in een zijligging van 30 graden en hielvrijlegging. Het matras volgt automatisch het gangbare schema van rug, 30 graden links, rug en 30 graden rechts. Onderzoek naar kantelsystemen wijst op drukverlichting en een lagere ervaren werkbelasting, en wisseldruk ontlast het weefsel telkens kort. Lees meer →

Wat een drukmeting laat zien bij de Multiturn 6

Bij één proefpersoon van 60 kilo was de piekdruk op de Multiturn 6 in alle vijf gemeten standen 22 tot 51 procent lager dan in een referentiemeting zonder Multiturn 6, en het contactoppervlak 41 tot 59 procent groter. Het is een voorlopige technische meting, geen klinisch onderzoek; praktijkgegevens van de fabrikant over 382 patiënten zijn observationeel en niet vergelijkend. Lees meer →

Welke richtlijn geldt in Nederland?

Voor verpleegkundigen en verzorgenden is de V&VN-richtlijn Decubitus het uitgangspunt. Lees meer →

Waarom verschillen richtlijnen soms?

Omdat ze andere zorgsystemen bedienen en het bewijs anders kunnen wegen. Lees meer →

Wat is GRADE?

Een veelgebruikte methode om de zekerheid van bewijs te beoordelen, van hoog tot zeer laag. Lees meer →

Waarom zijn er zo weinig grote studies?

Onderzoek naar decubitus is lastig: het duurt lang, de groepen zijn kwetsbaar en de zorg verschilt per setting. Lees meer →

Waar komen deze misverstanden vandaan?

Vaak uit oudere opleidingen en gewoontes die nooit zijn herzien. Lees meer →

Hoe pak ik een misverstand aan in het team?

Bespreek de richtlijn samen, bijvoorbeeld met de Wisselwijzer of de quiz. Lees meer →

Stapt de Nederlandse zorg echt af van wisseldruk?

Wat we zien, is vooral een strengere indicatiestelling: wisseldruk minder standaard, meer maatwerk. Dat wisseldruk niet werkt, zeggen de richtlijnen niet. Lees meer →

Is schuim dan goedkoper?

Een schuimmatras heeft geen pomp en weinig onderhoud. Maar de totale kosten hangen ook af van wat de houdingswisseling van het team vraagt. Lees meer →

Wat maakt de Multiturn 6 anders dan een draaisysteem onder een schuimmatras?

Een draaisysteem onder een schuimmatras verandert alleen de houding; de plekken die het matras raken, zoals het heiligbeen, blijven onafgebroken belast. Bij de Multiturn 6 ligt de cliënt op luchtcellen die afwisselend vullen en legen, zodat die plekken steeds even rust krijgen. Met gerichte hielvrijlegging erbij, in één matras met één pomp en één bediening. Lees meer →

Hoe kan ik zelf beoordelen wat de Multiturn 6 oplevert?

Met een pilot van drie weken, met een voor- en nameting van draaimomenten, zorgtijd, nachtrust, huid en ervaring van cliënt en team. Lees meer →

Bewijst de drukmeting dat de Multiturn 6 decubitus voorkomt?

Nee. Een drukkaart meet de druk aan het oppervlak bij één persoon op één moment. Wat er in de huid en het weefsel gebeurt en hoe het risico op decubitus verandert, laat de meting niet zien. Lees meer →

Is de Multiturn 6 vergeleken met andere matrassen?

Nee. De referentiemeting is een meting zonder de Multiturn 6. Over andere anti-decubitusmatrassen zeggen deze cijfers niets. Lees meer →

Praktijk en zorgorganisatie

27 vragen

Wisselligging vastleggen in het zorgplan

Leg in het zorgplan het risico, de onderlaag, de frequentie overdag en ’s nachts, de houdingen en de huidobservatie vast, en evalueer de afspraken regelmatig in het team. Lees meer →

De fysieke belasting van draaien beperken

Beperk de fysieke belasting met glijzeilen, een hoog-laag bed op werkhoogte, werken met twee collega’s waar nodig en het overdragen van draaiwerk aan een automatisch systeem waar dat past. Lees meer →

Hoeveel tijd kost handmatige wisselligging?

Reken het uit: cliënten maal wisselingen per etmaal maal collega’s maal minuten per keer. Tien cliënten, zes keer per dag, twee collega’s en tien minuten is 20 uur zorgtijd per dag. Lees meer →

Hygiëne en reiniging van antidecubitusmatrassen

Reinig een antidecubitusmatras volgens de gebruiksaanwijzing en het infectiebeleid, controleer de hoes regelmatig op beschadiging en vocht, en reinig volledig voor een volgende cliënt. Lees meer →

Een nieuw hulpmiddel invoeren en evalueren

Voer een hulpmiddel in met een helder doel, begin klein bij de cliënten met de meeste winst, geef instructie aan bed en meet vooraf en tijdens het gebruik hoe het gaat. Lees meer →

Van standaard wisseldruk naar maatwerk: een matrasbeleid voor je organisatie

Een goed matrasbeleid heeft een drukverdelende basis voor alle cliënten met risico, duidelijke criteria voor actieve systemen, aparte afspraken over houdingswisseling en een vaste herbeoordeling. Lees meer →

Wie draait de cliënt als de thuiszorg er niet is?

Thuis rust wisselligging op een combinatie van hulpmiddelen, mantelzorgers en het wijkteam, omdat de wijkverpleging niet om de paar uur langs kan komen. Een passende onderlaag, een helder schema, instructie aan mantelzorgers en hulpmiddelen die de houdingswisseling overnemen, helpen het doelmatig te organiseren. Lees meer →

Mantelzorg: betrokken blijven, zonder het zware draaiwerk

Mantelzorgers staan al onder druk: het aantal ernstig belaste mantelzorgers steeg volgens het SCP naar 600.000. Betrek mantelzorgers bij het signaleren, laat de beoordeling bij het wijkteam en laat hulpmiddelen het zware draaiwerk overnemen, ook ’s nachts. Lees meer →

Nieuw onderzoek van TNO: fysieke belasting in de thuiszorg, en wat het betekent voor wisselligging

TNO en LOCOmotion vonden bij 179 onderzochte thuiszorgcliënten met beperkte mobiliteit dat bij circa 36% volgens de praktijkrichtlijn een glijzeil werd gebruikt bij verplaatsen binnen het bed. Dat maakt ook de fysieke belasting bij wisselligging relevant. Hieronder vertalen we de bevindingen naar ondersteuning bij wisselligging voor cliënten met decubitus of een verhoogd risico daarop. Lees meer →

Hoe vaak evalueer ik het zorgplan?

Bij veranderingen in de situatie en volgens de afspraken van je organisatie. Lees meer →

Wat als een wisseling gemist is?

Noteer het en bespreek het bij de overdracht, zodat het team kan bijsturen. Lees meer →

Wanneer draai ik met twee collega’s?

Bij cliënten die weinig zelf kunnen of als de afspraken over tillen en transfers dat voorschrijven. Lees meer →

Wat doet werkhoogte?

Op werkhoogte werk je met een rechte rug, wat de belasting vermindert. Lees meer →

Telt reistijd naar de kamer mee?

In de rekensom niet, maar in de praktijk kost ook dat tijd. Lees meer →

Is vrijgekomen tijd een besparing?

Het is capaciteit die je anders kunt inzetten, geen directe besparing op de begroting. Lees meer →

Hoe vaak controleer ik de hoes?

Regelmatig, en altijd bij het wisselen van cliënt of als je vocht vermoedt. Lees meer →

Wie reinigt bij huur?

Vaak regelt de leverancier de reiniging en controle na gebruik. Lees meer →

Hoe lang duurt een goede proef?

Lang genoeg om te meten wat je wilt weten. Leg dat vooraf vast. Lees meer →

Wie betrek ik bij de invoering?

Het team van alle diensten, de ergotherapeut en waar nodig de wondverpleegkundige. Lees meer →

Wie stelt het matrasbeleid op?

Bij voorkeur een werkgroep met verpleegkundigen, een wondverpleegkundige, een ergotherapeut en inkoop. Lees meer →

Hoe vaak herzien we het beleid?

Periodiek, en zeker bij nieuwe richtlijnen of als de decubituscijfers daar aanleiding toe geven. Lees meer →

Komt de wijkverpleging om de 4 uur langs voor wisselligging?

Meestal niet. De wijkverpleging rijdt routes en komt een of enkele keren per dag. Daarom rust wisselligging thuis op hulpmiddelen, mantelzorgers en het wijkteam samen. Lees meer →

Wie is verantwoordelijk als een hulpmiddel het draaien overneemt?

Het wijkteam blijft verantwoordelijk voor de beoordeling van de huid, het schema en het zorgplan. Lees meer →

Mag een mantelzorger helpen met wisselligging?

Ja, na instructie door het wijkteam. Spreek af wat de mantelzorger doet en wat hij of zij moet melden. Lees meer →

Hoe voorkom je overbelasting?

Bespreek regelmatig hoe het gaat, laat zwaar werk over aan hulpmiddelen of professionals en zorg dat de mantelzorger weet bij wie hij terecht kan. Lees meer →

Noemt het TNO-rapport wisselligging?

Niet apart. Draaien in bed valt onder verplaatsen binnen de grenzen van het bed, een categorie waarin het onderzoek een belangrijk tekort aan richtlijnconform glijzeilgebruik laat zien. De toepassing op wisselligging is onze vertaling; TNO onderzocht of adviseerde Multiturn 6 niet specifiek. Lees meer →

Wat betekent strengere handhaving voor thuiszorgorganisaties?

Dat ze moeten kunnen laten zien dat ze volgens de praktijkrichtlijnen werken, bijvoorbeeld met de TilThermometer en afspraken in het cliëntdossier. Lees meer →

Van kennis naar praktijk

Zie het in de praktijk.

Probeer de Multiturn 6 drie weken kosteloos, begeleid door onze ergotherapeut. Of kijk eerst hoe ‘wisselwijs’ jouw team is.