Vergelijk de referentiemeting met een stand van de Multiturn 6
Referentiemeting, zonder Multiturn 6

- Piekdruk
- 188 mmHg
- Gemiddelde druk
- 15,6 mmHg
- Contactoppervlak
- 4.536 cm²
Kanteling links

- Piekdruk
- 93 mmHg-50,5% t.o.v. referentie
- Gemiddelde druk
- 12,1 mmHg-22,0% t.o.v. referentie
- Contactoppervlak
- 6.402 cm²+41,1% t.o.v. referentie
Zo lees je een drukkaart
Elk vakje op de kaart is een meetpunt van de drukmat. Het getal in het vakje is de druk tussen het lichaam en de ondergrond op dat punt, in mmHg. Lichtblauw is weinig druk, geel is gemiddeld en oranje en rood is hoge druk. Alles boven 105 mmHg blijft op de kaart rood.
Je kijkt dus naar twee dingen: hoeveel rood en geel er te zien is, en hoe groot de vlek is waarover het lichaamsgewicht zich verdeelt. Bij hetzelfde lichaamsgewicht betekent een grotere vlek dat de druk per vierkante centimeter gemiddeld lager is.
Wat deze metingen laten zien
In elk van de vijf standen was de piekdruk lager dan in de referentiemeting, was de gemiddelde druk lager en was het contactoppervlak groter. De piekdruk lag 22 tot 51 procent lager, de gemiddelde druk 10 tot 22 procent lager en het contactoppervlak 41 tot 59 procent hoger. Dat gaat over één meetmoment per stand.
De laagste piekdruk (93 mmHg) werd gemeten bij kanteling naar links. Bij alleen hoofd omhoog daalde de piekdruk het minst (22 procent), terwijl daar het contactoppervlak het grootst was. De gemiddelde druk daalt vanzelf als het oppervlak groter wordt, dus die twee cijfers zijn geen onafhankelijke bevestiging van elkaar.
Let op wat hier vergeleken wordt. De referentiemeting is een meting zonder de Multiturn 6. Deze cijfers zeggen daarom niets over hoe de Multiturn 6 het doet ten opzichte van andere anti-decubitusmatrassen.
- Referentiemeting188
- Hoofd omhoog147−21,8%
- Hoofd en hielen omhoog133−29,3%
- Hielen omhoog113−39,9%
- Hoofd omhoog en rechts99−47,3%
- Kanteling links93−50,5%
Piekdruk in mmHg: de hoogste druk op één meetpunt op het moment van de meting. De standen hebben elk een eigen doel, dus dit is geen ranglijst van welke stand het beste is.
| Stand | Gemiddelde druk | Contactoppervlak |
|---|---|---|
| Referentiemeting | 15,56 mmHg | 4.536 cm² |
| Kanteling links | 12,13 mmHg | 6.402 cm² (+41,1%) |
| Hoofd omhoog en rechts | 12,40 mmHg | 6.648 cm² (+46,6%) |
| Hielen omhoog | 12,93 mmHg | 6.648 cm² (+46,6%) |
| Hoofd en hielen omhoog | 13,93 mmHg | 7.076 cm² (+56,0%) |
| Hoofd omhoog | 12,19 mmHg | 7.232 cm² (+59,4%) |
Wat de drukmeting niet zegt
Een drukkaart is een technische meting van de druk aan het oppervlak. Hij laat niet zien wat er in de huid en het weefsel eronder gebeurt. Dit is een voorlopige technische meting en geen klinisch onderzoek.
- De meting is gedaan bij één proefpersoon van 60 kilo, met één kaart per stand en zonder herhaalmetingen. Bij andere personen kan de uitkomst anders zijn.
- Elke kaart is een momentopname. Hoe lang druk op een plek blijft en hoe de druk in de loop van een nacht wisselt, zie je hier niet.
- De piekdruk kan per stand op een andere plek van het lichaam zitten. Er is niet apart gemeten onder het stuitbeen, de heupen of de hielen. Over het ontlasten van de hielen kunnen we op basis hiervan dus niets zeggen.
- De houding van de proefpersoon was niet in alle metingen precies gelijk, zoals ook op de kaarten te zien is.
- De meting laat geen schuifkracht en geen wrijving zien, terwijl die bij een omhoog gezet hoofdeinde een rol spelen.
- Er is geen vaste grens waaronder druk veilig is. Of iemand decubitus krijgt hangt af van de duur en de hoogte van de druk, de conditie van de huid, de doorbloeding en de situatie van de cliënt.
Een vervolgmeting zou per lichaamsdeel moeten meten (hoofd, schouders, stuitbeen, heupen, hielen), over langere tijd en met meerdere personen. Pas dan zeggen de cijfers meer over het risico op decubitus.
Gegevens uit de praktijk
Los van de drukmeting zijn er gegevens verzameld over twee jaar gebruik van de Multiturn 6 in de dagelijkse zorg. Die gegevens komen van de fabrikant. Het ging om 414 patiënten, van wie 382 volledig zijn gevolgd. Ruim 92 procent van die 382 lag in een ziekenhuis.
Van de 382 patiënten hadden er 228 aan het begin decubitus, bij 195 van hen categorie 4. Volgens de gegevens is de wond bij alle 228 verbeterd of genezen. Bij 120 van de 195 patiënten met categorie 4 is de wond volledig genezen. Bij de overige 75 is de wond klinisch verbeterd, zonder dat volledige genezing is vastgelegd. Voor de 33 patiënten met een andere categorie is geen verdere uitsplitsing beschikbaar.
De andere 154 patiënten hadden aan het begin geen wond. Bij 140 van hen is geen nieuwe wond ontstaan. Bij 14 ontstond een wond van categorie 2, die daarna is genezen. Bij niemand ontstond een wond van categorie 3 of 4. In deze periode zijn geen incidenten, klachten of storingen gemeld die met de Multiturn 6 te maken hadden.
De drukmeting hierboven en deze praktijkgegevens zijn twee losse bronnen. De drukmeting bewijst niet dat wonden daardoor genezen, en de praktijkgegevens laten niet zien welk deel van de drukverdeling daarbij een rol speelde.
| Groep | Aantal | Uitkomst |
|---|---|---|
| Decubitus aan het begin | 228 | Alle 228 verbeterd of genezen (zonder uitsplitsing bij 33 patiënten met een andere categorie) |
| Waarvan categorie 4 | 195 | 120 volledig genezen (61,5%), 75 klinisch verbeterd zonder vastgelegde genezing |
| Geen decubitus aan het begin | 154 | 140 bleven wondvrij (90,9%), 14 kregen categorie 2 die genas |
| Nieuwe categorie 3 of 4 | 0 van 154 | Bij niemand gemeld |
Lees dit er altijd bij
- Dit zijn waarnemingen uit de dagelijkse zorg, geen vergelijkend onderzoek. Er was geen groep zonder Multiturn 6 om mee te vergelijken, dus we weten niet hoeveel wonden zonder de Multiturn 6 ook zouden zijn verbeterd of niet zouden zijn ontstaan.
- Patiënten kregen ook andere zorg, zoals verpleging, wondbehandeling, voeding en wisselligging door het team. De cijfers laten niet zien dat de uitkomst alleen door de Multiturn 6 komt.
- Wat precies telt als verbeterd is in de gegevens niet nader beschreven, en er is geen vaste periode waarover de wonden zijn gevolgd. Een hoogte of oppervlakte van de wond is niet vermeld.
- De 32 patiënten die stopten (door verhuizing naar een ander ziekenhuis, financiële redenen of overlijden door andere oorzaken) tellen niet mee in de uitkomsten.
- Meldingen van incidenten zijn niet hetzelfde als een systematische controle op bijwerkingen. Dat er niets is gemeld, betekent niet dat er niets is gebeurd.
- Het merendeel van de patiënten lag in een ziekenhuis. Voor thuis (22 patiënten) en verpleeghuizen (8 patiënten) zijn de aantallen klein.
De plaats van een matras in decubituszorg
Een anti-decubitusmatras is één onderdeel van de zorg. Het vervangt niet de basis: een risico-inschatting, regelmatige huidinspectie, goede voeding en vochtinname, en wisselligging volgens de richtlijn en het zorgplan van de cliënt. Of een bepaald systeem passend is hangt af van de situatie van de cliënt, en dat bepaal je samen met het zorgteam.
Met Multiturn 6Wil je de Multiturn 6 op je eigen afdeling beoordelen? Zet hem drie weken kosteloos in en laat je team hem evalueren met het evaluatieformulier voor anti-decubitussystemen. Of bel 088 111 4000, of mail [email protected].