Wat er is onderzocht
In september 2026 verscheen het rapport van TNO en LOCOmotion, in opdracht van de Nederlandse Arbeidsinspectie. De onderzoekers analyseerden TilThermometers van tien thuiszorgorganisaties, samen goed voor 2.628 cliënten, en spraken met zorgverleners, managers, ergotherapeuten, gemeenten, uitleenorganisaties, zorgverzekeraars en inspecteurs. Ze keken naar drie veelvoorkomende handelingen: steunkousen, verplaatsen binnen het bed met een glijzeil, en zittend douchen.
De belangrijkste uitkomsten
- Als achtergrond noemt het rapport dat 70% van de zorgprofessionals in de verpleeg- en verzorgingshuizen en de thuiszorg een hoge fysieke belasting ervaart. Dit cijfer komt uit oudere bronnen uit 2021 en 2023 en is geen nieuwe meting uit 2026.
- Bij steunkousen gaat het goed: bij circa 87% van de 675 onderzochte cliënten bij wie deze handeling voorkomt, wordt een hulpmiddel gebruikt.
- Bij verplaatsen binnen het bed wordt bij circa 36% van de 179 onderzochte cliënten in mobiliteitsklasse C, D of E volgens de praktijkrichtlijn een glijzeil gebruikt. Het gaat om cliënten met beperkte tot zeer beperkte mogelijkheden om zelf mee te bewegen. Dit percentage betreft deze onderzochte groep en is geen landelijk cijfer voor wisselligging.
- Het grootste knelpunt is zittend douchen: bij circa 3% van de onderzochte cliënten bij wie deze handeling voorkomt, wordt volgens de praktijkrichtlijn gewerkt met een hoog-laag douchestoel.
Waarom het bij steunkousen wél lukt: een eenduidige richtlijn, goed verkrijgbare en vergoede hulpmiddelen, structurele scholing, ErgoCoaches en aandacht voor zelfredzaamheid al bij de intake. Bij glijzeilen speelt juist interpretatieruimte over wanneer het nodig is, weinig bezochte trainingen, versleten of ontbrekende glijzeilen en cliënten die het hulpmiddel niet willen.
Wat dit betekent voor wisselligging
Het rapport noemt wisselligging niet apart. Draaien in bed valt wel onder verplaatsen binnen de grenzen van het bed. Het beperkte glijzeilgebruik in die categorie maakt het relevant om ook bij wisselligging naar fysieke belasting te kijken. Bij cliënten met decubitus of een verhoogd risico die niet voldoende zelf van houding kunnen veranderen, vraagt dat om passende ondersteuning. Deze toepassing op wisselligging is onze vertaling van het onderzoek.
Wisselligging is bovendien een terugkerende handeling. Een individueel afgesproken schema van bijvoorbeeld elke vier uur betekent zes geplande draaimomenten per etmaal. Dat is een rekenvoorbeeld: het juiste interval hangt af van onder meer huidconditie, mobiliteit, comfort en het gebruikte matras. Ook de beschikbaarheid van hulp telt mee. Een Duitse studie uit 2009, opgenomen in het rapport, liet zien dat thuiszorgmedewerkers minder vaak een tweede collega beschikbaar hadden dan medewerkers in verpleeghuizen.
De richting die TNO wijst
- Leg fysieke belasting, de mobiliteitsklasse en afspraken over hulpmiddelen vast in het cliëntdossier, al bij de intake.
- Neem de succesfactoren van de steunkousen over, en begin bij de glijzeilen.
- Kan een hulpmiddel niet worden ingezet, zoek dan een ander zorgproces of hulpmiddel dat de belasting wegneemt. Fysieke overbelasting accepteren is geen optie.
- Neem de belasting van de thuiszorgmedewerker structureel mee in indicaties en vergoedingen.
- Stimuleer innovatie, zoals hulpmiddelen die meerdere zorghandelingen ondersteunen.
De Arbeidsinspectie heeft aangegeven in de nabije toekomst specifieker te gaan controleren of de praktijkrichtlijnen in de thuiszorg worden nageleefd, en daarop strenger te gaan handhaven.
Bronaanpak bij wisselligging
Een glijzeil maakt handmatig draaien lichter. Bronaanpak betekent kijken hoe je de oorzaak van fysieke overbelasting kunt wegnemen. Dat begint bij wat de cliënt zelf kan en omvat ook passende hulpmiddelen en een andere inrichting van de zorg. Onze toepassing op wisselligging: als zelfstandig draaien onvoldoende mogelijk is, kan automatische ondersteuning terugkerend handmatig draaiwerk overnemen, waar dat past bij de cliënt.
De internationale decubitusrichtlijn uit 2026 noemt automatische zijwaartse draaiing expliciet als mogelijke ondersteuning bij frequent benodigde wisselligging of beperkte beschikbaarheid van hulp, bijvoorbeeld thuis. De richtlijn vermeldt dat het bewijs voor vermindering van decubitus door deze systemen nog beperkt is. Dit ondersteunt de relevantie van automatische wisselligging; het is geen productspecifieke beoordeling van Multiturn 6.
Met Multiturn 6Voor cliënten met decubitus of een verhoogd risico die ondersteuning bij wisselligging nodig hebben, combineert Multiturn 6 automatische zijwaartse wisselligging, wisseldruk en hielvrijlegging in één matras. Het systeem voert de ingestelde zijwaartse houdingswisselingen uit, ook ’s nachts, en kan daarmee handmatige draaimomenten overnemen van zorgverleners en mantelzorgers. Het zorgteam blijft beoordelen of de houding en drukontlasting passend zijn en legt huidcontrole, evaluatie en eventuele aanvullende handmatige wisselligging vast in het zorgplan. Met de rekentool op de homepage maak je een inschatting van de mogelijke besparing op handmatige draaimomenten en zorgtijd.
Verder lezen bij GoedGebruik
- Over transfers en huidschade: hoe je fysieke overbelasting en huidproblemen door druk, frictie en schuifkrachten tegelijk voorkomt.
- De Scouters Keuzehulp Draaien en Verplaatsen in Bed, onder meer om decubitus te voorkomen.
- Of een glijzeil onder de cliënt mag blijven liggen.
- De Arbeidsinspectie over effectiever beleid fysieke belasting.
- Over de groeiende groep cliënten met ernstig overgewicht, bij wie draaien extra zwaar is.
- Onderzoek naar plafondliften: tijdbesparend en minder fysieke klachten door een technisch hulpmiddel.