Wisselligging

Dementie, wisseldruk en wisselligging: een overzicht

Bij cliënten met dementie raken drukontlasting, rust en gedrag elkaar. Een overzicht van wat je weet, wat je ziet en wat je kunt doen.

Kort antwoord

Bij dementie kunnen zowel de beweging van een wisseldrukmatras als handmatig draaien onrust geven; onderzoek is beperkt. Zoek eerst de oorzaak van onrust, observeer per cliënt en beperk onnodige momenten van aanraking, met maatwerk in het team.

Waarom dementie een eigen aanpak vraagt

Veel cliënten met dementie bewegen weinig uit zichzelf en liggen lang in bed, waardoor het risico op decubitus toeneemt. Tegelijk begrijpen ze niet altijd wat er met hen gebeurt of waarom. Zorg die bedoeld is om te helpen, zoals draaien of een bewegend matras, kan dan als bedreigend of onbegrijpelijk worden ervaren. Drukontlasting, rust en gedrag raken elkaar hier op een manier die bij andere cliënten minder speelt.

Wisseldruk en dementie

Een wisseldrukmatras beweegt voortdurend en de pomp maakt geluid. De ene cliënt merkt daar niets van, de andere ervaart het als onrustig, onbekend of zelfs beangstigend. Er is weinig onderzoek naar de invloed van wisseldruk op gedrag bij dementie. Het is daarom een individuele afweging, die je onderbouwt met observatie: hoe slaapt de cliënt, en verandert het gedrag na de overstap naar een ander matras?

Handmatige wisselligging en dementie

Handmatig draaien betekent aanraking, beweging, licht en stemmen, vaak midden in de nacht. Voor iemand met dementie kan dat schrikken, verzet of langdurige onrust geven. Voor het team wordt de draaibeurt daardoor zwaarder en duurt hij langer, en soms is er een tweede collega nodig om de cliënt gerust te stellen. Het gevolg kan zijn dat een cliënt na een draaibeurt pas na lange tijd weer slaapt.

Eerst de oorzaak

Onrust heeft zelden één oorzaak. Denk aan pijn, een volle blaas, honger of dorst, angst, warmte of kou, of juist de zorg zelf. Sluit pijn uit met een pijnobservatieschaal, zeker rond momenten als draaien en verzorgen. Pas als je breed hebt gekeken, is het zinvol om de onderlaag (het matras) of de werkwijze te veranderen. Anders los je het verkeerde probleem op.

Wat je kunt doen

  • Observeer een paar nachten: wanneer is de cliënt onrustig, en wat ging eraan vooraf?
  • Kondig rustig aan wat je doet en werk met vaste zorgverleners waar dat kan.
  • Combineer verzorging en houdingswisseling, zodat er minder momenten van aanraking zijn.
  • Kies een onderlaag die past bij de huid én bij wat de cliënt verdraagt.
  • Overweeg minder handmatige momenten, bijvoorbeeld met geleidelijke automatische wisselligging.
  • Evalueer kort en concreet, samen met het team en de familie.

Maatwerk in het team

Bij dementie en onrust is maatwerk nodig, met de specialist ouderengeneeskunde, de psycholoog, het eigen team en de familie. Wat bij de ene cliënt rust geeft, kan bij de andere juist onrust veroorzaken. Leg de afwegingen vast en spreek een moment af om te evalueren.

Met Multiturn 6

De Multiturn 6 kantelt geleidelijk en zonder aanraking, met een fluisterstille pomp van minder dan 20 dB. Wisseldruk en laterale wisselligging zijn apart in te stellen, zodat je ze kunt afstemmen op wat de cliënt verdraagt. Zo kun je bij cliënten bij wie handmatig draaien veel onrust geeft, het aantal momenten van aanraking verminderen.

Verdiepende vragen

Is een wisseldrukmatras ongeschikt bij dementie?

Niet per se. Veel cliënten met dementie liggen er rustig op. Observeer per cliënt en pas aan als de onrust duidelijk met het matras samenhangt.

Wie betrek ik bij onrust?

Het eigen team, de familie en waar nodig de specialist ouderengeneeskunde en de psycholoog.

Bronnen

Bijgewerkt op 23 oktober 2026. Vakinhoudelijke review door een zorgprofessional is uitgevoerd.

Van kennis naar praktijk

Zie het in de praktijk.

Probeer de Multiturn 6 drie weken kosteloos, begeleid door onze ergotherapeut. Of kijk eerst hoe ‘wisselwijs’ jouw team is.

Direct toepassen.

Lees verder.