Wat je vastlegt
- Het risico op decubitus en wanneer dat opnieuw wordt beoordeeld.
- De onderlaag (het matras) en eventuele hulpmiddelen.
- De frequentie van houdingswisseling, overdag en ’s nachts.
- Welke houdingen wel en niet, bijvoorbeeld een plek die ontzien moet worden.
- Hoe je de huid observeert en wat je noteert.
Bijhouden wat er gebeurt
Noteer na een houdingswisseling de houding en wat je aan de huid ziet. Zo zie je of de afspraken in de praktijk lukken en of de frequentie bijgesteld moet worden.
Samen evalueren
Bespreek de afspraken regelmatig in het team. Wat gaat goed, wat lukt niet, en wat is er nodig? De Wisselwijzer helpt om dat gesprek te voeren.