De nacht als zorgmoment
In de nacht moet de zorg doorgaan, maar met minder mensen. Een nachtdienst heeft vaak veel bewoners of cliënten onder zijn hoede. Elke handmatige wisselligging betekent dat iemand de kamer binnenkomt, het licht aandoet, aanraakt en draait. Voor de cliënt is dat een onderbreking van de slaap, voor het team een zware handeling met vaak twee collega’s.
Wat de ontwikkelingen in de nachtzorg laten zien
Steeds meer zorgorganisaties organiseren de nacht persoonsgerichter. Een voorbeeld is de inzet van bedsensoren. Vilans en het Kenniscentrum Digitale Zorg beschrijven dat zorgprofessionals daarmee beter zicht hebben op wie rustig ligt, wie uit bed is en wie lang in dezelfde houding ligt. Onnodige controles kunnen daardoor vervallen. De beweging is duidelijk: alleen wakker maken als het echt nodig is.
Een bedsensor geeft geen wisselligging. Maar het laat zien waar de nachtzorg naartoe gaat: minder onderbrekingen, meer rust, en zorg die aansluit bij het ritme van de cliënt.
Wisselligging zonder wekken
Bij cliënten met decubitus of een verhoogd risico blijft houdingswisseling ook ’s nachts nodig. De vraag is dus niet óf er gewisseld wordt, maar hoe. Een systeem dat de zijwaartse wisselligging geleidelijk overneemt, maakt het mogelijk om die zorg te geven zonder dat iemand de cliënt daarvoor hoeft te wekken.
Ook voor mantelzorgers
Thuis is de nacht vaak het zwaarst voor de partner of het familielid dat zorgt. Wie ’s nachts moet helpen draaien, slaapt zelf ook slecht. Rust in de nacht is daarom ook goede zorg voor de mantelzorger.
Met Multiturn 6De Multiturn 6 kantelt geleidelijk en zonder aanraking, met een fluisterstille pomp. Zo gaat de wisselligging ’s nachts door, en hoeft er minder vaak iemand voor aan bed te komen. Of een cliënt daardoor beter slaapt, verschilt per persoon; dat zie je het best in een proefperiode.