7 korte stappen met telkens één controlevraag. Objectief, op basis van de richtlijnen.
De Cochrane-review over houdingswisseling vond geen duidelijk bewijs voor één optimaal interval. De V&VN-richtlijn gaat in principe uit van elke 4 uur, afgestemd op cliënt, huid en matras.
Bij ongeveer 30 graden komt het gewicht van de stuit af zonder dat de heup zwaar belast wordt. Bij 60 of 90 graden rust steeds meer gewicht op het heupbot.
Hoe hoger het hoofdeinde, hoe meer de cliënt onderuitzakt en hoe meer schuifkrachten op stuit en hielen. De internationale richtlijn adviseert het hoofdeinde zo laag mogelijk te houden, bij voorkeur niet hoger dan 30 graden, tenzij de zorg anders vraagt.
Wisseldruk verandert de houding niet. Houdingswisseling blijft nodig; de frequentie stem je af op de cliënt, de huid en het matras.
Blijft er na het wisselen roodheid die niet wegdrukt, dan ontlast je die plek volledig, verhoog je de frequentie en beoordeel je het matras opnieuw. Een ringkussen raadt de richtlijn af.
Onrust na een draaibeurt kan op pijn wijzen. Onderzoek dat eerst, bijvoorbeeld met een pijnobservatieschaal, voordat je het matras of de werkwijze verandert.
De bijgewerkte internationale richtlijn ziet schuim, reactieve lucht en wisseldruk als gelijkwaardige opties. Welke het beste past, hangt af van de cliënt.
Zie je iets dat niet klopt, verouderd is of beter kan? Laat het ons weten. We kijken er inhoudelijk naar.