Kennis / Begrippen

Begrippenlijst.

66 termen over decubitus, wisselligging en matrassen, helder uitgelegd. Van alternerend tot zitbeenderen.

3

30-gradenhouding
Zijligging van ongeveer 30 graden waarbij stuit en heup allebei worden ontzien.

A

Actief oppervlak
Onderlaag die zelf de ondersteuning verandert, zoals een wisseldrukmatras.
Alternerend
Afwisselend. Een alternerend matras is een ander woord voor een wisseldrukmatras.
Anti-collaps
Functie van een luchtmatras die voorkomt dat de cliënt bij het kantelen of bij lage druk doorzakt tot op de onderlaag.
Anti-decubitusmatras
Verzamelnaam voor matrassen die de druk beter verdelen dan een standaardmatras, zoals drukverdelend schuim, statische lucht of wisseldruk.

B

Bottoming out
Engelse term voor doorzakken: de cliënt zakt door het matras heen tot op de bodem, waardoor de drukverdeling wegvalt.
Botuitsteeksel
Plek waar het bot dicht onder de huid ligt, zoals de stuit, de hiel, de heup en de enkel. Hier ontstaat decubitus het vaakst.

C

Categorie 1
Niet-wegdrukbare roodheid bij een intacte huid. De eerste fase van decubitus.
Categorie 2
Gedeeltelijk verlies van de huid, bijvoorbeeld een blaar of een ondiepe open wond.
Categorie 3
Volledig verlies van de huid, waarbij onderhuids vet zichtbaar kan zijn.
Categorie 4
Volledig weefselverlies, waarbij bot, pees of spier zichtbaar kan zijn.
Contactdruk
De druk op de plek waar het lichaam de onderlaag raakt, uitgedrukt in mmHg.
Contractuur
Blijvende verkorting van spieren of pezen, waardoor een gewricht niet meer volledig kan bewegen. Maakt positioneren lastiger.
Cyclustijd
Bij een wisseldrukmatras de tijd waarin alle luchtcellen één keer vullen en legen.

D

Decubitus
Schade aan de huid en het onderliggende weefsel door aanhoudende druk of schuifkrachten. Ook wel drukletsel, doorligwond, pressure injury of pressure ulcer genoemd.
Doorzakken
Situatie waarin de cliënt zo diep in het matras wegzakt dat hij bijna op de bodem ligt. Controleer dit met de handtest.
Drukletsel
Andere Nederlandse term voor decubitus. Benadrukt dat de schade ook dieper in het weefsel kan zitten.
Drukontlasting
Het volledig wegnemen van de druk op een lichaamsdeel, bijvoorbeeld door houdingswisseling of hielvrijlegging.
Drukverdeling
Het spreiden van het lichaamsgewicht over een zo groot mogelijk oppervlak, zodat de druk per plek lager wordt.

E

EBT-functie
Easy bed transfer: een functie waarbij het matras op druk blijft als de pomp van het stroomnet wordt losgekoppeld, bijvoorbeeld bij het verrijden van het bed.
EPUAP
European Pressure Ulcer Advisory Panel. Europese organisatie die samen met NPIAP en PPPIA de internationale richtlijn opstelt.

G

Glijzeil
Glad laken of zeil waarmee je een cliënt verplaatst of draait met weinig wrijving en schuifkracht.
GRADE
Methode om de zekerheid van wetenschappelijk bewijs te beoordelen, van hoog tot zeer laag.

H

Handtest
Controle of een cliënt doorzakt: je schuift je hand onder het matras ter hoogte van het bekken.
Hielvrijlegging
Het zo ondersteunen van het onderbeen dat de hielen de onderlaag niet raken.
Hoog-laag bed
Bed waarvan de hoogte elektrisch verstelbaar is, zodat je op een veilige werkhoogte kunt werken.
Houdingswisseling
Andere naam voor wisselligging: het regelmatig veranderen van de houding van een cliënt.
Huidinspectie
Het systematisch bekijken en voelen van de huid op drukplekken, om drukletsel vroeg te herkennen.

I

Ischemie
Tekort aan doorbloeding en zuurstof in weefsel, bijvoorbeeld door aanhoudende druk.

K

Kantelinterval
De tijd tussen twee kantelingen bij automatische laterale wisselligging.

L

Lage contactdruk
Stand van een luchtmatras waarbij de druk zo laag mogelijk wordt gehouden, afgestemd op het lichaamsgewicht.
Laterale wisselligging
Wisselligging waarbij de cliënt beurtelings naar links en rechts op de zij wordt gekanteld.

M

Medisch hulpmiddel-gerelateerd drukletsel
Drukletsel dat ontstaat onder een hulpmiddel, zoals een zuurstofbril, sonde, spalk of katheter.
Microklimaat
De temperatuur en vochtigheid van de huid op de plek waar het lichaam de onderlaag raakt.
mmHg
Millimeter kwik: de eenheid waarin druk wordt uitgedrukt, ook bij matrassen.
Mobilisatie
Het stimuleren van eigen beweging, zoals zelf draaien, zitten of lopen.

N

NICE
National Institute for Health and Care Excellence. Britse organisatie die onder meer een richtlijn over decubitus heeft opgesteld.
Niet te classificeren decubitus
Decubitus waarbij de diepte niet te beoordelen is, omdat de wondbodem bedekt is.
Niet-wegdrukbare roodheid
Roodheid die niet wegtrekt bij lichte druk. Kan wijzen op decubitus categorie 1.
NPIAP
National Pressure Injury Advisory Panel. Amerikaanse organisatie die meewerkt aan de internationale richtlijn.

O

Onderlaag
Het matras (of oplegmatras) waarop de cliënt ligt. In richtlijnen ook ondersteunend oppervlak of support surface genoemd.
Oplegmatras
Matras dat op een bestaand matras wordt gelegd om de drukverdeling te verbeteren.

P

Positioneren
Het ondersteunen van een cliënt in een bepaalde houding, met kussens of hulpmiddelen.
PPPIA
Pan Pacific Pressure Injury Alliance. Organisatie uit het Pacifische gebied die meewerkt aan de internationale richtlijn.
Pressure injury
Engelse term die NPIAP gebruikt voor decubitus, ook als de huid nog intact is.
Pressure ulcer
Engelse term voor decubitus, vooral gebruikt in Europese en Britse richtlijnen.
Prevalentie
Het percentage cliënten dat op een bepaald moment een aandoening heeft, zoals decubitus.

R

Reactief oppervlak
Onderlaag die pas verandert als er gewicht op komt, zoals schuim of gel.
Reactieve hyperemie
Tijdelijke roodheid van de huid na drukontlasting, doordat er extra bloed naar het weefsel stroomt. Deze roodheid is wegdrukbaar.
Risicoschaal
Instrument dat helpt om het risico op decubitus gestructureerd in te schatten, als aanvulling op de klinische blik.

S

Schuifkracht
Kracht waarbij huid en dieper weefsel ten opzichte van elkaar verschuiven, bijvoorbeeld bij onderuitzakken.
Statisch luchtmatras
Luchtmatras zonder wisseldruk, dat de druk verdeelt doordat het lichaam erin wegzakt.
Stuit
Onderkant van de wervelkolom, boven de bilnaad. Een van de plekken waar decubitus het vaakst ontstaat.
Support surface
Engelse term voor onderlaag: matras, oplegmatras of zitkussen dat het lichaam ondersteunt.
Systematische review
Onderzoek dat alle goede studies over één vraag verzamelt, beoordeelt en samenvat.

V

Vermoedelijk diep weefselletsel
Paarse of donkere verkleuring bij een intacte huid, die kan wijzen op schade in de diepere lagen.
Vingertest
Test om te beoordelen of roodheid wegdrukbaar is: licht drukken en loslaten.
Vochtletsel
Huidschade door langdurig contact met vocht, zoals urine, ontlasting of zweet. Iets anders dan decubitus, maar wel een risicofactor.

W

Weefselvervorming
Het samendrukken en vervormen van cellen onder druk, een van de mechanismen achter drukletsel.
Werkhoogte
De hoogte van het bed waarop je met een rechte rug kunt werken, bij het draaien en verzorgen.
Wisseldruk
Matrassysteem waarbij luchtcellen om de beurt vullen en legen, zodat de belasting op de contactplaatsen wisselt.
Wisseldrukmatras
Matras met luchtcellen die zich om de beurt vullen en legen, zodat de belasting op de contactplaatsen wisselt.
Wisselligging
Het regelmatig veranderen van de houding van een cliënt, zodat andere delen van het lichaam het gewicht dragen. Ook houdingswisseling genoemd.
Wondverpleegkundige
Verpleegkundige met een specialisatie in wondzorg, die meedenkt bij decubitus en andere wonden.

Z

Zekerheid van bewijs
Mate waarin we erop kunnen vertrouwen dat een onderzoeksresultaat klopt, meestal ingedeeld als hoog, matig, laag of zeer laag.
Zitbeenderen
De botten waarop je zit. In de stoel een van de kwetsbaarste plekken voor drukletsel.

Van kennis naar praktijk

Zie het in de praktijk.

Probeer de Multiturn 6 drie weken kosteloos, begeleid door onze ergotherapeut. Of kijk eerst hoe ‘wisselwijs’ jouw team is.